Het leven zoals het is
Soms draag ik de pen met plezier over aan een ander. Zoals nu. Volgende tekst werd ingezonden. Een dokter schreef het en ik vond het mooi.
Vanmiddag ben ik een patiënt van me gaan bezoeken in het ziekenhuis. Vorige week heb ik 'm laten opnemen nadat hij thuis in elkaar gezakt was. Gisteren is hij 96 geworden.
Als ik de kamer binnenkom tref ik hem op z'n zij in bed, in foetushouding. Hij herkent me en na enige aarzeling komt er een zwakke glimlach op het bleke diepgegroefde gelaat, met de tranerige uitgezakte oogleden. Op de vensterbank staat een lege fles Champagne.
Ik ga naast hem zitten en zeg: "ge hebt hier een schoon uitzicht".
“Ja”, zegt hij, “daar kijkt ge dan eens naar en dat is het dan....”
Ik vraag hem wat hij nu voelt en waaraan hij denkt. Er hangt een lege stilte tussen mijn vraag en zijn antwoord. De steriele kamer ademt troosteloosheid.
Eigenlijk is er niets wat hem nog interesseert, maar klagen doet hij niet. Hij berust in zijn lot: "Een mens moet een doel hebben om voor te leven en dat heb ik niet meer. Ik ben oud en versleten. We hebben het gehad, niets aan te doen."
Er zijn twee dorpsgenoten, geen familie, die voor hem zorgen. Ze doen wat ze kunnen. "Ze doen maar", denkt hij. Hij had liever thuis gebleven, maar dat ging niet meer. Gelaten en vermoeid van het leven, berust hij in z'n lot.
Ik houd zijn hand vast terwijl we praten. Hij vertelt me over de Grote Oorlog. Een jonge man van een jaar of 22, die 50 meter van hem verwijderd was, werd plots dodelijk getroffen door een kogel. "Hij reutelde nog wat en wilde nog iets zeggen, maar ik kon hem niet verstaan; hij is in mijn armen gestorven.”
Wat later vertelt hij me dat er dagen zijn dat hij, alleen in zijn hospitaalkamer, z'n moeder en zussen hoort en ziet, op TV. Ze praten in hun dialect, met die typische tongval, waaraan hij onmiskenbaar weet dat zij het zijn. "Maar de TV staat helemaal niet aan dokter, raar hé?"
Er komen tranen uit zijn ogen en zijn stem breekt. Ik knijp wat harder in zijn hand en laat hem praten, zonder weerwoord. Ik droog de tranen op zijn wangen met zijn zakdoek.
"hoe mooi dat ge mij zo in vertrouwen neemt en mij dit allemaal durft te vertellen", bedenk ik.
Ik vind het fascinerend wat die 96 jarige zonder vrees, zo kort voor zijn dood en toch zo helder van geest, mij vertelt. De ambities zijn op, de verwachtingen opgedroogd. Zijn aanvaarding zonder klagen, getuigt van grote wijsheid. Ik heb respect voor hem.
Hij vertelt me verder dat hij nooit iemand bevelen kon geven op 't werk. Dat lag niet in zijn aard. Als hij zag dat iemand een klus niet goed deed, deed hij het liever zelf. Met bewondering spreekt hij over twee vroegere bazen van hem. “Die konden hun werkvolk doen werken zonder hun stem te verheffen. Ze hadden gezag, en toch respect voor hun arbeiders. Hij zal die twee nooit vergeten.
We hebben ook over zijn vrouw gesproken. Nelia is nu precies twee jaar dood. Als ze ruzie hadden,zei ze "ZWIJGEN!"en dat deed hij. Hij verbaast zich er nu nog over dat hij zo'n "dwaze kloot" was die zich liet doen. “Maar,'t is daarom niet slecht geweest voor ons tweetjes", voegt hij eraan toe.
"In een huwelijk moeten hoogtes en laagtes zijn, anders komt de sleur erin", zei z'n vrouw destijds.
Ik neem afscheid van hem. Hij heeft er zichtbaar van genoten. Het heeft 'm goed gedaan, z'n hart eens te luchten. Ik beloof nog eens terug te komen. Hij bedankt me en glimlacht. Ik verlaat het hospitaal beseffend dat dit een kostbaar moment was. Voor hem, en voor mij.
Dit werd Ingezonden



Reacties
afscheid
Een waardig moment voor allebei.
het leven zoals het is
Wat een mooi verhaal!
Nieuwe reactie inzenden