'Blij dat ik nog leef'
Tweet Share
Bijzondere mensen dus. Tijdens mijn interview-jacht , stuitte ik op een dame die ik al een tijdje ken. 'Kennen' zoals dat heet. Je weet wel; Ooit zijn we officieel aan mekaar voorgesteld, hebben we een paar maaltijden samen genuttigd en zijn er wat formaliteiten uitgewisseld. Dat is alles. We zijn nooit tot het punt gekomen dat we als echte vriendinnen grote ontboezemingen hebben gedaan of overgegaan zijn tot de typisch gezamenlijke vrouwenklaagzangen over manlief. Nee, niets van dat alles.
Toch had ik vanaf het eerste moment toen we mekaar de hand schudden, het gevoel dat ze een bijzondere vrouw was. Haar uitstraling, haar beschaafde manier van spreken, haar gulle lach. Iets vertelde me dat ze veel meer was dan gewoon een aardig mens.
Toen we laatst mekaar toevallig nog een keer tegen het lijf liepen, vertelde ik haar over mijn nieuwe rubriek: 'Bijzondere mensen'. Impulsief als ik soms kan zijn, vroeg ik haar of ze geen zin had om de spits af te bijten. Waarom ik dat persé wilde, begreep ik op dat moment nog niet. Achteraf zou me duidelijk worden dat m'n vrouwelijke intuïtie af en toe goed werkt.
Ze reageerde in eerste instantie een beetje terughoudend op mijn voorstel. Maar ik heb de neiging om nogal door te drammen als ik iets wil, dus uiteindelijk stemde ze in.
Uiteraard had m'n vrouwelijke intuïtie me op dat moment ook moeten waarschuwen, maar die leidt zo haar eigen leven. Toen dus het grote moment aanbrak verzocht ze me het interview niet op te nemen. Eigenlijk wilde ze helemaal geen interview. Ze wilde me wel vertellen waarom.
'uit veiligheid voor mezelf en m'n omgeving, kan ik beter anoniem blijven' zo begon ze. 'Mijn ex komt volgend jaar misschien voorwaardelijk vrij. Hij heeft in totaal al elf jaar in de gevangenis gezeten. De eerste keer heeft hij vier jaar gekregen. Voor moord. Op mij. Ik heb het gelukkig overleefd, maar het heeft maar weinig gescheeld of ik had hier niet gezeten. Toen hij na vier jaar vrij kwam, op grond van goed gedrag, heeft hij me binnen de zes weken opgespoord en een tweede moordaanslag gepleegd. Hij is toen midden in de nacht m'n huis binnengedrongen. Vervolgens heeft hij me bij m'n voeten uit het bed gesleurd en me half dood geslagen. Gelukkig hadden de buren het lawaai gehoord en waarschuwden de politie. Die kwamen, bij wijze van uitzondering, gelukkig snel opdagen. Ik was inmiddels bewusteloos en mijn ex op de vlucht. Net op tijd heeft men mij naar het ziekenhuis gebracht, waar ik met spoed geopereerd werd. Verschillende schedelfracturen en andere verwondingen maakten dat ik daar voor maanden moest blijven. Ik onderging de ene operatie na de andere. Mijn ex werd gelukkig snel opgepakt. Het proces tegen hem, kon uiteindelijk pas doorgaan toen ik voldoende hersteld was. Het verdict: 14 jaar cel. Toen de jury hem vroeg wat iemand kon doen om zo'n behandeling te verdienen, was zijn antwoord: 'ze luisterde nooit naar me'.
Ik heb hem daarna gelukkig nooit meer gezien, en wil dit liefst ook zo houden. Uit veiligheid sta ik onder bescherming van de politie. Maar de angst die me te pakken heeft, blijft me achtervolgen. Uiteraard is dit niet van het ene moment op het andere gebeurd. Ik was dertien toen ik hem leerde kennen. Mijn vader was vroeg gestorven en ik had een enorme behoefte aan de warmte van een volwassen man. Mijn ex was volwassen, dacht ik. Maar wat weet je op je dertiende...
Bij overmaat van ramp werd ik zwanger en beviel negen maanden later van een gezonde zoon. Ik was toen nog steeds dertien. Het is vanzelfsprekend dat ik blij ben met mijn zoon en hij heeft me tot op de dag van vandaag veel vreugde bezorgd. Maar deze zwangerschap luidde wel de vijftien jaar in die ik zou doorbrengen met een potentaat die mij zowel fysiek als psychisch mishandelde. In het begin hield ik dat geheim, uit angst. Ik was bang voor hem, maar ook bang voor mijn eigen falen. Hij wist mij ervan te overtuigen dat ik verantwoordelijk was voor zijn gedrag. Wat weet je als jonge tiener, zonder vader of opvang van je moeder.
Met mijn moeder had ik niet zo'n goede band, dus veel steun hoefde ik hier niet te zoeken. Uiteindelijk kwam het tot het punt dat hij me bijna om het leven bracht. Twee keer.
Ik ben na zijn veroordeling een nieuw leven begonnen. Dit lag niet zo voor de hand, daar ik fysiek en psychisch gehavend was. Therapie en groepstherapie hebben een deel van mijn ellende voor hun rekening genomen. Maar sommige angsten zal ik, vrees ik, nooit meer kwijtraken. Als ik bijvoorbeeld een avond of een nacht alleen ben, doe ik geen oog dicht. Alles waakt. De kans is heel klein dat hij me ooit nog zal vinden, maar toch. Mijn naam is veranderd, ik woon in een ander land, oefen een ander beroep uit, etc. Het heeft me moeite gekost om helemaal opnieuw te beginnen, en nog steeds. Maar iedere dag dat ik m'n ogen opendoe, ben ik dankbaar dat ik leef. Het leven heeft een andere dimensie gekregen.
Ondertussen heb ik een nieuwe relatie. Maar het heeft me jaren gekost om terug een man in mijn buurt te kunnen verdragen. Op een gegeven moment was de tijd er blijkbaar rijp voor en ging het vanzelf. En god zijn dank leef ik nu samen met iemand die zacht en lief is en die nooit één hand aan me zal leggen. Ik kan zeggen dat ik beschadigd ben, zowel fysiek als mentaal, maar ik ben dankbaar dat ik leef en ik geniet van iedere moment dat ik er ben!'


